maandag 6 juni 2016

Boekverslag Een tafel vol vlinders

Algemene Informatie
Auteur: Tim Krabbé
Titel: Een tafel vol vlinders
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2009
Druk (jaar van eerste uitgave): 2009
Aantal pagina’s: 90
Genre: Psychologische roman

Samenvatting
Deel 1
Fred Berkow is journalist en reislustig. Hij is op het moment dat de novelle begint op reis in Siberië, waar hij met een klein maar dapper gezelschap de krater van de Gloebinyi-vulkaan beklimt. Hij durft niet helemaal tot het einde te gaan.
Wanneer ze weer teruggekeerd zijn, belt hij zijn vrouw Carla, maar tegelijkertijd belt zij hem.. Ze vraagt hem straks terug te bellen en vanaf dat moment voelt Bram zich onrustig. Hij denkt dat Bram dood is en hoort zich zelf al een toespraak houden voor zijn overleden zoon.
Daarna denkt hij terug aan de wijze waraop hij Bram leerde kennen. Bram was de 3-jarige zoon van Nicolien en vanaf het eerste moment was hij niet alleen op Nicolien gevallen maar ook op haar zoontje. Hij voelde meteen liefde voor het ventje en hij doet er heel veel voor. Ook al is Fred zelf nog maar jong (19 jaar) Nicolien laat Fred daarna in de steek voor een tandarts, maar Bram mag steeds komen wonen bij hem. Ze doen aan een soort co-ouderschap. Bram is een heel slim ventje dat al snel kan lezen en schrijven. Hij wil ook te allen tijde voorkomen dat Bram confectie wordt, zo’n doorsneemannetje. Bram moet origineel blijven.
Brams echte vader is een week na de geboorte weggelopen. Volgens Nicolien was het een echte klootzak.

Als de tandarts Nicolien zwanger maakt, stelt deze ook voor om Bram te “echten.” Hij heeft namelijk ook een vervelende achternaam. Bontje, maar Fred is het niet eens met het voorstel. Wanneer Bram acht is, wil hij van Fred weten wat zijn vader heeft uitgespookt. Die heeft namelijk zelfmoord gepleegd door van een dak te springen en Fred laat de plek zien aan Bram waar dit is gebeurd. Vooralsnog maakt het niet veel indruk. Fred maakt reizen met Bram en die mag dan als schrijvertje ook zijn reisverhalen publiceren in de bladen. Dat is in het begin erg succesvol en Fred denkt dat Bram later echt een schrijver zal worden. Bij een van die reizen naar Schotland krijgen ze verschil van mening over een te volgen route. Bram doet zijn eigen zin en raakt even verdwaald van Fred. Wanneer hij ’s avonds naar hem zoekt, ziet hij aan de overkant van een vijver een silhouet. Fred vaagt zich af of die “vijverspook” Bram is, maar hij vraagt er niet naar. Daarna gaan ze steeds minder vaak samen op reis en op één van zijn soloreizen ontmoet Fred Carla: een heel aardige vrouw die bovendien goed voor Bram is.
Die is wel intelligent maar werkt niet hard op school. In zijn jeugd heeft hij van Fred een boek gekregen overeen magische steen in Nieuw-Zeeland. Die moet je aanraken en dan begint je leven opnieuw. Hij wil de man van het verhaal zijn en naar Nieuw -Zeeland vertrekken. Bram gaat daarom na zijn eindexamen werken om de reis te kunnen maken. Zeer tot verdriet van Nicolien en de tandarts. Bram weet wel Nieuw-Zeeland (via Griekenland) te bereiken , gaat ook naar de magische steen, maar komt daarna toch vrij snel weer terug naar Nederland. 
Hij gaat als chauffeur werken bij een transportbedrijf. Fred wil hem uitnodigen om mee naar Siberië te gaan, maar Bram weigert. Wel zal hij Fred naar Schiphol brengen. Wanneer hij Bram gaat afhalen, ziet hij dat de jongen verliefd is. In de auto vertelt hij over zijn liefde Emma die voor hem geschapen is. Fred waarschuwt hem voor te veel impulsiviteit. Geniet eerst van je leven is zijn advies aan Bram. Dan vraagt hij vlak voor Schiphol nog of Bram het vijverspook was. Die ontkent het.

Deel 2
Dit deel is in de vorm van een dagboek van Bram. Hij vertelt van zijn eerste bijzondere ontmoeting met Emma, een meisje dat hij op de tram ontmoet door een wonderlijk toeval. Maar hij vindt dat het geen toeval is, sinds hij in Nieuw-Zeeland is geweest. Hij heeft daar wel een oudere vrouw Naomi Silver “gehad”. (ze was 36 jaar geweest toen hij korte tijd bij haar verbleef. Het meisje heeft een vriend in Amerika en zal binnenkort met hem trouwen. Maar ze wordt toch ook verliefd op Bram en het duurt niet lang of ze hebben voor de eerste keer seks met elkaar. Dat gebeurt op de kleine kamer van Bram en daarna brengt hij haar steeds naar huis, waarbij ze elkaar altijd kussen bij de tramhalte. Een mooi ritueel. Ze denken dat ze de twee helften van de ziele zijn ,zoals in de klassieke mythologie wordt voorgesteld.
Hoewel ze een lager IQ heeft dan Bram, vindt hij dat toch niet zo erg. Ze maakt het uit met haar vriend die overkomt : een erg zekere en saaie jongen. (Arnold Danmaarweer, bijnaam omdat ze altijd na een verkering weer op hem terugviel)
Emma heeft ook een eigen poldertje waar vrijwel niemand komt en waar ze dus ook de liefde in het open veld kunnen bedrijven. Ze worden aanvankelijk steeds gekker op elkaar. Doen dingen die verliefden doen: bijvoorbeeld overdag in de auto van de zaak naar het polderweitje om daar te vrijen. 
De illusie wordt dan ook later wreed verstoord wanneer twee milieutypes in het poldertje bloemen komen plukken. 
Bram gaat Fred wegbrengen naar Schiphol, zodat hij een week de auto van zijn stiefvader heeft om met Emma naar het strand te kunnen gaan. Hij praat met hem over zijn liefde voor Emma en zijn vader waarschuwt hem voor een te vaste band op een te jonge leeftijd.. Op de terugweg rijdt hij op een weg langs een spoorbaan, waarlangs verlepte sla groeit.
Bram gaat ook nadenken over zijn biologische vader Emma en zoekt contact met zijn grootouders van die kant. Hij maakt een afspraak en wanneer hij ze ontmoet, weet zijn oma hem zover te krijgen dat hij gaat nadenken over zijn bestaan. “Breek met alles”. Zegt zijn oma. Hij gaar weg bij het transportbedrijf en wil nu Nederlands gaan studeren, maar zijn eerste kennismaking met de studentes, is niet best. Hij weet niet goed wat hij moet doen: weggaan en eerst reizen en hopen dat Emma op hem zal wachten. Of blijven voor Emma en dan toch meer een confectiemannetje worden. Dan neemt hij een beslissing. “ De rest van mijn leven is een tafel vol vlinders.

Hij gaat in Freds auto met Emma naar het strand en besluit haar recht in haar gezicht te zeggen dat hij niet meer van haar houdt. Resoluut keert Emma zich om en zegt dat ze hem nooit meer wil zien. Waarschijnlijk gaat ze weer terug naar Arnold “Danmaarweer.” Diezelfde avond heeft hij al spijt. Hij gaat schrijven aan zijn tafel. De tafel met vlinders raakt leger en leger. 
Bram wordt ineens depressief: hij denkt dat hij de mensen in zijn omgeving ongeluk brengt. Hij neemt een besluit: .
Ik ben geen Tepuki, ik ben de zoon van Menno Bontje van wie ik niets weet, behalve dat hij de kracht had om te doen wat ik ga doen. Zijn moeder heeft het me zelf gezegd: “Breek met alles wat je dacht te zijn.”
Mijn sleutels liggen voor me, klaar om mee te nemen. Sorry van je auto, Fred. Ik stap in en rijd naar de verlepte kropjes sla. Daar kijk ik op mijn horloge en zal zien dat het op nul staat.
En nu krijg ik te zien wat geen schrijver kan beschrijven: het opdrogen van de laatste punt.

Emma. 

Verwachtingen:
Ik had geen specifieke verwachtingen

Motieven en thema
Motieven:
Vader-zoon-relatie
Volwassenheid
Liefde
De zin van het leven
Reizen

Thema
Het leven

Oordeel
Schrijfstijl
Tim Krabbé maakt vaak korte zinnen, waardoor het boek goed te volgen is.
Ook beschrijft hij vaak de gedachtes van de personages en is er weinig dialoog.
Hierdoor kom je te weten wat de personages denken en dat is mooi gecombineerd met het feit dat het boek uit twee vertellers bestaat.

"Ze woonde aan de andere kant van het café en ze vond het goed dat ik haar naar huis bracht. We liepen naast elkaar, zonder elkaar aan te raken. We praatten ook niet. Ik hoorde de tikjes van haar hakken. Als ik die tram had laten gaan, dan had ik die tikjes niet gehoord."

Inhoud
Vertelperspectief
Het vertelperspectief in Een tafel vol vlinders is opgedeeld in twee delen.
Het eerste deel is in de hij-vorm, waarbij Fred de focaliserende persoon is.

Het tweede deel wordt gezien door de ogen van Bram, die door zijn schrijfdummy in het ik-perspectief vertelt.

Doordat Bram en Fred elkaar afwisselen, krijg je in het laatste deel van deel een en het eerste deel van deel twee een kleine overlapping, maar voor de rest zijn de twee verhalen uniek.
Ik vind het jammer dat er zo weinig overlapping is, want ik denk dat het van twee kanten belichte stuk het beste deel was.

Tijd
Het eerste deel van het boek dient als flashback, het beschrijft Bram door zijn leven heen in een vogelvlucht.
Daarbij moet je goed opletten, want er worden regelmatig tijdsprongen gemaakt en door het hij-perspectief wordt er vaak geen verschil gemaakt tussen Bram en Fred.
Hierbij moet je dus goed opletten over wie het gaat.
Zo is het in het eerste deel dus heel lang onduidelijk hoe oud Bram nu precies is.

Eindoordeel
Het grote pluspunt van het boek is dat het zo klein is.
Naast dat je het snel uitleest, kun je ook dingen uit het begin van het boek onthouden tot aan het eind van het boek, waardoor je makkelijk verbindingen kan leggen en het boek makkelijk kan doorgronden.
Één voorbeeld daarvan is deze zin:

"Ik ben de zoon van Menno Bontje van wie ik niets weet, behalve dat hij de kracht had om te doen wat ik ga doen"
(Menno pleegde zelfmoord)

Dit slaat terug op de vermoedens van Fred:
"Hij is dood, dacht hij. Wie om acht uur 's ochtends de telefoon niet opneemt, die is dood"

Doordat het boek zo klein is, kan de schrijver de connectie weglaten om hem door de lezer zelf in te vullen.
Tim Krabbé heeft niets gezegd over dat Bram dood is, en heeft al helemaal niet bevestigd dat Fred dus gelijk had.
Dit alles wordt slechts geïnsinueerd en de situatie wordt hierdoor zoveel beter beschreven.

Bronnen:
http://www.scholieren.com/boekverslag/67677

maandag 9 mei 2016

Boekverslag Een hart van steen

Titel:
"Een hart van steen"

Auteur:
Renate Dorrestein

Uitgave:
2013, Amsterdam

Eerste Druk:
1998

Genre: 
Psychologische Roman

Aantal pagina's:
236

Samenvatting
a. De hoofdpersoon is de 37-jarige patholoog-anatoom Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje
onbetaald verlof genomen en het voormalig ouderlijk huis gekocht, een villa in een buiten- wijk van Haarlem. Ze wil het huis herstellen zoals het was toen zij er als kind woonde. Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze bewust alleenstaand. Ze besluit de tuin op te knappen en krijgt hulp van Bas Veerman, de vroegere conciërge van haar vaders kantoor die nu bij de Intratuin werkt. Vanwege een dreigende miskraam moet ze op een gegeven moment een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes tijdelijk bij haar in huis komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan. Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft af-gespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, doodden toen drie van hun vijf kinderen en vervolgens zichzelf. Door het toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan de dood ontsnapt. Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en waarom haar ouders het hebben gedaan. Bladerend in het familiefotoalbum reconstrueert ze het verleden en zoekt ze verklaringen voor het drama. Ze wil voor haar nog ongeboren baby, die ze Ida- Sophie noemt, duidelijk kunnen maken wat er met haar opa, oma, tantes en oom is gebeurd.
Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), Ellen en de driejarige kleuter Carlos ( Michiel). Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de kinderen. Ellens ouders leidden een knipselbureau aan huis, dat gespecialiseerd was in Amerika en vooral werkte met studenten, die voor hen de artikelen uitknipten. 
Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel kokend water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een heel ander kind geworden. Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Het rijmde op malaria en als je er een paar letters bij gooide kreeg je diarree. 
Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben. Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon Margje zich vreemd te gedragen. Ze verdacht haar familieleden ervan dat ze haar baby wilden stelen en maakte een hevige scène. Toen Ida terugkeerde uit het ziekenhuis, begon Margje zich zorgen te maken over de vorm van haar hoofdje en vlak voordat Ida gedoopt zou worden, vluchtte ze met haar de kerk uit. 
De eens zo hechte relatie tussen Frits en Margje begon te verslechteren, evenals die tussen hen en de kinderen. Margje verscheen niet meer op kantoor; de hele dag was ze bezig met Ida, in wie volgens haar de duivel schuilde. Ze nam zich voor die uit te drijven, eigenhandig, om haar dochtertje weer sterk en gezond te maken. Verder besloot ze om nooit meer seks te hebben met Frits. Dat bracht hem zo tot wanhoop en razernij dat hij haar op een nacht verkrachtte. De volgende morgen ontdekte hij op de onderbuik van Ida talrijke dieppaarse bloeduitstortingen, die hem aan leukemie deden denken. Margje mishandelde de baby op allerlei manieren, maar niemand ( behalve Ellen) had iets in de gaten. Ze liet de kinderen bidden, eerst tot god, later tot zichzelf, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven. Omdat Ellen zich schuldig voelde over het kwaad dat ze over haar zusje had uitgesproken, wilde ze het een beetje goed maken. Daarom verzon ze een leuke naam voor Ida, Sophie. Ida moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree. Frits maakte zich alleen zorgen om zijn vrouw, omdat ze niet in haar gewone doen was. Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en toen begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn. Maar toen het weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig. Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met “vitaminepillen” klaar (slaaptabletten en valium die ze had opgespaard). Die avond, 6 April 1973, was Ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze weer terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Bille en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich eveneens levenloos op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op het aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en ze sleepte hem naar de kelder. Bas vond hen daar de volgende morgen en alarmeerde de politie. 
Na het drama kwamen Ellen en Michiel in het internaat De Eenhoorn terecht; hond Orson werd naar een asiel gebracht. De aanpak van hun begeleiders, Sjaak en Marti, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel werd al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan. Slechts één keer ging ze bij Michiel en zijn adoptiefouders op bezoek, toen hij vijf werd. Na bijna een jaar bleken ze van elkaar vervreemd te zijn. Hierna verloor ze het contact met hem. Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Tijdens een feest in de Eenhoorn kreeg Ellen van Sjaak en Marti een cadeau, het oude fotoboek, waarvan ze behoorlijk overstuur raakte. 
Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze moest het verleden loslaten, maar dat gaat niet zomaar als je je overleden broer en zus nog steeds ziet en ze je vertellen wat je moet doen. Ze had voort-durend migraine, ging ‘s nachts de cafés af en stortte zich in de armen van bijna iedere man die ze tegenkwam.
Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het
eerst iets over de postnatale depressie en de kraamvrouwenpsychose, de ergste vorm
daarvan. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar de juiste medicijnen ( progesteron) waren voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden. Dit besef werkte bevrijdend, niemand had iets fout gedaan. Maar waarom had haar vader geen vinger uitgestoken? 
Ze ontmoette Thijs en besloot patholoog-anatoom te worden, de kant van de doden te kiezen. Ze trouwde met Thijs, maar zette na dertien jaar een punt achter het huwelijk. 
Met de bitse Lucia, een allochtone vrouw die door haar man mishandeld werd en voor Ellen zorgt tijdens haar bedrust, kan Ellen slecht overweg. Ellen vindt het zwak van Lucia dat ze niet gewoon van haar man gaat scheiden en Lucia vindt Ellen verwend en gemeen. Omdat niemand mag weten dat Lucia bij haar in huis is, moet Ellen ook elk contact met de buiten-wereld verbreken. Pas na vier weken volledige bedrust mag ze weer rechtop zitten. Na een aantal maanden is Ellen weer op de been en vertrekt Lucia met haar kinderen. Al die tijd waren Lucia en haar kinderen de enige die zorgden voor wat levendigheid in het grote huis, dat was de enige afleiding die Ellen had al die tijd. Hoe hatelijk de twee vrouwen ook steeds tegen elkaar zijn geweest, bij het afscheid hebben ze het toch even moeilijk. Ze hadden toch respect voor elkaar gekregen. 
Nu Ellen de ware toedracht rond het familiedrama begrijpt, schaamt ze zich voor haar woede en haat jegens haar ouders. Ze begrijpt nu ook waarom zij in leven bleef: haar moeder was haar vergeten. Ze was gewoon over het hoofd gezien. In de kelder neemt ze voorgoed afscheid van Billie en Kester en daarmee ook van haar verleden.
Half oktober verkoopt Ellen de villa aan iemand van een reclamebureau. Na een telefoontje van de makelaar dat de zaak rond is, nodigt ze Bas uit om te komen eten. Ze gaan later samenwonen en ze laat Bas beslissen welke naam de baby zal krijgen. 

Verwachtingen:
Ik kwam op dit boek via de site "Lezen voor de lijst".
Ik verwachtte geen specifiek thema

Motieven en thema
Thema
Het verleden

Motieven
De dood
Moeder-dochterrelatie
Vriendschap
Familie

Oordeel
Schrijfstijl
In "Een hart van steen" is me aan de schrijfstijl niet veel opgevallen, behalve dan het mooie gebruik van herhalen.

Zo komt deze zin:
“‘No, actually, Ellen,’ antwoordde Kester dan uitgestreken, ‘to be quite honest with you, I hated every minute of it" (p9) meerdere malen voor in meerdere varianten.

Tijd
De tijd speelt een belangrijke rol in "Een hart van steen", omdat er meerdere verhaallijnen zijn.
Één over de volwassen Ellen, één over de achttienjarige Ellen en één over de twaalfjarige Ellen.
Door middel van flashbacks wisselen de verhaallijnen zich af en krijg je inzicht over de geschiedenis van Ellen.
De tijden wisselen zich snel af, een witregel kan een verschil van meer dan tien jaar zijn.

Ruimte
Hoewel de tijd vaak verandert, blijft de ruimte vrijwel hetzelfde: het ouderlijk huis van Ellen.
Dit geeft het verhaal de ruimte om te variëren in tijd, zonder dat het te verwarrend wordt.
Vooral de trap is een vaste plek in het boek geworden.

Eindoordeel
"Een hart van steen" is een dynamisch boek vol plottwisten.
Normaal werkt een boek naar één punt toe en heeft dat als einde, maar Ellen doet in dit boek meerdere ontdekkingen en doet meerdere inzichten op naast dat wat er gebeurt is.
Dit zorgt ervoor dat spoilers het boek niet verderven.

Wat ik ook heel mooi vond was de herhaling van bepaalde zinnetjes.
“‘No, actually, Ellen, to be quite honest with you, I hated every minute of it." (P9)  kom je meerdere keren tegen, waardoor het boek prettig wordt om te lezen.

Bronnen
http://www.scholieren.com/boekverslag/52016

donderdag 3 maart 2016

Boekverslag Grip

Titel: Grip
Auteur: Stephan Enter
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2013
Druk: 2011
Pagina's: 183
Genre: Psychologische Roman

Samenvatting
"Paul van Woerden (40 jaar) wacht op het station in Brussel op een medereiziger, zijn vroegere studentenvriend Vincent Voogd. Samen zullen ze met de trein reizen naar een reünie die de andere twee klimmers van hun groepje hebben georganiseerd. Het zijn Lotte de Greve en Martin Beers. De klimtocht ging destijds naar de Noorse eilandengroep Lofoten. Paul kijkt enigszins op tegen zijn onafhankelijke vriend Vincent die enkele jaren in Japan een onderzoeksbaan heeft gehad. Ze zitten bij elkaar in de trein en Vincent praat over een artikel dat hij net in de ochtendkrant heeft gelezen. Over twintig jaar zal de wetenschap zover kunnen zijn dat de mens onsterfelijk kan worden. Ze praten over de voor - en nadelen van die onsterfelijkheid.
Paul denkt daarna aan de klimtocht van twintig jaar geleden. Er is toen iets gebeurd. Lotte was door een zwak stuk gletsjerijs gevallen en hij had Lotte van een bijna zekere dood gered. Zij had hem gevraagd net te doen alsof het een ongeluk was. Hij heeft dat beloofd.

Vincent en Paul duiken met de trein de tunnel in naar Engeland. Het is erg donker en Paul weet zich te herinneren dat Vincent altijd een fobie had voor duisternis. In Londen zullen ze moeten overstappen, eerst op de metro en later moeten ze de trein pakken naar Wales, want Martin en Lotte hebben een nieuw huis betrokken aan de klust bij Swansea. Paul denkt na over zijn vriendschap met Vincent. Hij heeft altijd op gekeken tegen zijn vriend die een onafhankelijke geest was en de sfeer van het gezelschap waarin hij verkeert bepaalde. De andere vriend  Martin was wat meer teruggetrokken. Hij kwam uit een ander milieu en Paul had zich altijd geërgerd aan de manier waarop Martin at (wat grover dan de anderen, niet met mes en vork en smakken). Dat deed hem denken aan de dochter van de rector op wie hij ooit verliefd was, maar wat voorbij was toen hij haar uit haar neus zag eten.

Ook andere dingen herinnert Paul zich van 20 jaar geleden. Lotte had bij de val haar arm gebroken en ze was met Martin teruggegaan per vliegtuig, terwijl Vincent en hij met de auto waren teruggereden. Hij denkt na tijdens het laatste stukje treinreis naar Wales hoe de levensinstelling van Vincent is. Hij lijkt weinig belangstelling voor mensen te hebben. 

Deel Twee
In dit deel krijgen we te maken met een andere verteller, namelijk Martin die met zijn dochter Fiona in de bus op weg is naar het station om Vincent en Paul op te halen. Hij zat achter de idee van de reünie , terwijl zijn vrouw Lotte er weinig heil in zag. Zijn dochter verveelt zich en houdt zich bezig met bellenblaas. Dan rijdt de chauffeur van de bus een schaap aan, wat bovendien een onbestuurbare bus oplevert. Ze moeten wachten op een nieuwe bus. We leren dan de gedachten van Martin kennen. Hij heeft niet zo veel met kinderen, eigenlijk is hij ook nooit echt verliefd op Lotte geweest. Ze was wel aantrekkelijk (niet heel erg mooi) maar ze was slordig en kon ook heel direct uit de hoek komen met gevatte opmerkingen. Hij beseft heel goed dat hij uit een ander, eenvoudiger milieu afkomstig is en dat heeft hem bijna een minderwaardigheidscomplex bezorgd. Hij is er dan ook enorm trots op dat hij hoogleraar is geworden. Hij voelde zich in de aanwezigheid van Paul en Vincent altijd buitengesloten: die twee leken wel een geheim verbond te hebben gesloten. Maar hij vindt dat hij het best ver geschopt heeft en dat wil hij zijn oude vrienden nog eens duidelijk laten zien. Hij heeft een keuze gemaakt om met Lotte door het leven te gaan. Hij vermoedt dat ze daarvóór iets had gehad met Paul. Maar ze heeft er nooit over gesproken. Er komt een nieuwe bus en die brengt hen naar het station. De eerste die hij ziet, is Vincent. Die heeft nog steeds de markante kop van twintig jaar geleden.

Deel Drie
In dit deel is Vincent Voogd de personale verteller. Hij begint met een herinnering aan de tijd dat hij en Lotte elkaar kenden. Ze kennen elkaar van de middelbare school en ze waren toen als gewone vriend en vriendin onafscheidelijk. Maar tijdens de Noorse klimreis komen ze bij elkaar en zoenen ze elkaar heftig. Het lijkt het begin van een romance te zijn en Lotte wil daar de volgende dag gebruik van maken. Maar Vincent is niet iemand die zich graag wil binden en daardoor de grip op zijn eigen leven zou kunnen kwijtraken. Hij wijst haar verzoek om een relatie te beginnen af en Lotte wordt daarover woedend en zegt dat ze zich aan de “eerste de beste zal verbinden.” Daags daarna valt ze in de bergen en later heeft ze een relatie met Martin, die toch van de drie “vrienden” de minst geschikte partner leek, mede omdat hij uit een ander milieu afkomstig is. Met Paul heeft Vincent gesproken over liefde en verliefdheid, toen ze in de auto samen de weg terug van Lofoten naar Nederland hadden gemaakt. Zelf heeft Vincent niet de mogelijkheid om lang een relatie te onderhouden. De laatste vijf jaar is hij in Japan geweest, maar in tegenstelling tot wat hij aan iedereen heeft verkondigd, heeft hij het als een waardeloze periode in zijn leven beschouwd. Hij heeft dan ook het besluit genomen niet meer terug te gaan naar Japan.

In de bus die ze moeten nemen naar het huis van Martin praten de drie mannen weer over het krantenartikel over de onsterfelijkheid. Je zou als mens anders in het leven staan. Je herinneringen zouden anders worden, omdat je aan andere dingen belang zou gaan hechten. Ook zouden mensen die een religieuze achtergrond hebben (bijv. Martin als katholiek) anders in het leven kunnen komen te staan. Het hiernamaals is immers al op aarde bereikbaar.

Omdat het prachtig weer is, wil Martin hen de laatste kilometers laten lopen. Paul van Woerden krijgt een onweerstaanbare behoefte om bijna naakt te gaan zwemmen. De andere vrezen het koude water en gaan niet mee. Martin laat Vincent een foto van het gezin Beers zien. Voor het eerst sinds twintig jaar geleden  ziet Vincent dat de tijd wel vat heeft gekregen op Lotte: ze ziet er aanmerkelijk ouder uit dan toen. Hij denkt erover na hoe zijn leven anders zou zijn verlopen als hij de keuze had gemaakt met Lotte te trouwen. Dat had hij nooit kunnen opbrengen: het inleveren van zoveel vrijheid voor bijvoorbeeld het hebben van een kind zoals Fiona.

Maar er gaat iets gebeuren: het water komt plots hoger en Vincent die zijn koffer aan de vloedlijn had staan, merkt dat die verdwenen is en zijn paperassen zitten erin alsmede zijn laptop. Hij gaat verwoed zoeken en hij ziet dat zijn koffer door het opkomende water is meegenomen. Hij wordt woedend op Martin, die hem had moeten waarschuwen en hij schreeuwt dat Lotte verliefd was op hem en helemaal niet op Martin. Het is een wat kinderachtige reactie. Hij krijgt later zijn koffer met moeite weer te pakken en zijn paspoort is drijfnat. Hij doet zijn schoenen uit en gaat op blote voeten verder. Maar de weg naar het andere stuk strand is afgesloten en ze zullen moeten wachten op laag water. Vincent taxeert de klifachtige rotskust en besluit naar boven te klimmen, omdat hij genoeg punten ziet waaraan hij grip kan ontleven. Maar de klim blijkt veel lastiger dan hij had gedacht en als ervaren klimmer is hij zo stom geweest niet na te denken over de manier waarop hij eventueel zou moeten teruggaan. Hij komt in grote problemen. Hij heeft maar weinig houvast en zou te pletter kunnen vallen. Hij denkt weer aan Lotte. Aan de Lotte die hij twintig jaar geleden had gekend, die eigenzinnige vrouw van de felle discussies. Op het moment dat hij het kalme ruisen van de branding hoort, wijkt zijn angst.
 

Deel Vier
Paul is weer de verteller van dit laatste (heel korte deel). Het is maar een hoofdstukje. Hij heeft een andere doorgang van het klif genomen dan Vincent en loopt op de huizen in het dorpje af. Hij krijgt weer herinneringen en hij voelt de oneindigheid die in het dorpje hangt. Hij voelt zich enerzijds eenzaam maar eigenlijk ook best gelukkig en hij zou er best zijn leven willen doorbrengen. In de verte ontwaart hij iemand  die Lotte kan zijn."

Verwachting
Ik heb dit boek gekozen, omdat meneer Kroon dit boek had aangeraden.
Ik verwachtte een boek waarbij je veel moest puzzelen om door te kunnen lezen.

Motieven en thema
Thema:
Leven en dood
De rode draad van het verhaal is de discussie tussen Paul en Vincent over of onsterfelijkheid wel een goed idee is.

Motieven
Tijd
Één aspect van onsterfelijkheid.

Vriendschap
Liefde
Herinneringen

Schrijfstijl
Één van de dingen die Enter's schrijfstijl kenmerkt zijn zijn beschrijvingen van gelaatstrekken en gezichten.
Vooral in het begin beschrijft hij gezichten vrij vaak:

"Nog steeds zo'n norse kop met van die rafelige bakkebaarden" -p 7

"Er waaierden wat rimpels rond Vincents ogen, de gelaatstrekken waren misschien wat verscherpt- maar zijn huid bezat een ongezonde kleur; er lag zelfs een blos op zijn wangen. Ook niet het geringste spoor dat hij kaal of grijs werd." -p 9

Een ander kenmerk, eentje die het boek verwarrend maakt te lezen als je niet bewust leest, is dat de perspectieven verschuiven.
Dit is op zich geen probleem, ware het niet dat de focaliserende persoon één keer bij naam wordt genoemd en de schrijver hem daarna beschrijft met "hij"

Inhoud
Ruimte
Één van de dingen die Grip zo goed maakt voor mij is de subliem gekozen locatie.
De trein en de bus zorgen voor beweging in het boek, ze zorgen ervoor dat je langs prachtige locaties komt en dat de schrijver alle tijd kan nemen voor een lange passage met slechts een discussie zonder dat het boek stilstaat.
Immers staan de hoofdpersonen na deze discussie weer op een nieuw station en wordt de lezer getrakteerd op nog een sfeerbeeld.

Tijd
Het aspect wat Grip typeert is het tijdsgebruik.
Een voorval, 20 jaar terug, wordt door middel van flashbacks in brokjes aan de lezer geopenbaard.
Enter is niet bang om de lezer in deze flashbacks te gooien, want een nieuwe alinea en het boek speelt zich na het witgelaten stuk zonder pardon op de Lofoten af, met compleet andere karakters, problemen en sfeer.

Eindoordeel
Grip is een mooi boek met een goede, maar wat gekunstelde rode draad over onsterfelijkheid.
Onsterfelijkheid brengt in dit boek een goede discussie teweeg, maar niet een die speciaal past bij het boek.

"Dat geloof ik niet, zei Paul. Nee, zei hij; ja misschien als je zo ijdel was te willen dat er na je dood iets van je bleef bestaan."

De discussie past niet bij het onderwerp van het boek of het voorval op de berg.

Ik geef het boek een 7.5

Bronnen
http://www.scholieren.com/boek/11562/grip/zekerwetengoed

vrijdag 15 januari 2016

Boekverslag Ventoux

Titel: Ventoux
Auteur: Bert Wagendorp
Jaar van uitgave: 2015
Plaats van uitgave: Groningen
Eerste druk: 2013
Pagina's: 225
Genre: Psychologische Roman

Samenvatting
De hoofdfiguur heet Bart Hoffman, hij is gescheiden en heeft een dochter Anna, hij is misdaadjournalist. Hij is 48 jaar oud en geboren in Zutphen. Hij heeft een grote passie voor wielrennen, Het verhaal heeft een heden en verleden. Het heden is in de zomer van 2012 en verleden in 1982.
  30 jaar na een dodelijk ongeval van zijn vriend Peter Seegers op de berg de Ventoux, komen al zijn oude vrienden weer tevoorschijn. André in de rechtszaal voor coke handel, Joost in de krant voor de Spinozaprijs. Hij zoekt contact op met beide. Eerst gaat hij fietsen met André en dan met Joost. Hij zoekt kort daarna ook David op, die ook bij de vriendenclub hoorde. Hiertoe behoort ook Laura van Bemmel. Iedereen is verliefd op haar. Maar Laura trekt vooral op met Peter door zijn gedichten. Hun relatie blijkt uiteindelijk iets meer gecompliceerder te zijn.
  Laura neemt ook contact op met de heren om ze opnieuw naar de Ventoux te krijgen met z’n alle. Hiermee stemmen ze in en ze gaan samen trainen en afspreken.
Bart besluit volledig eerlijk te zijn tegenover zijn dochter en vrienden en verteld wat er dertig jaar geleden allemaal is gebeurd. Voor ze naar Frankrijk gaan, gaan de heren nog even langs het graf van Peter. De heren hebben een villa bij de Ventoux gehuurd voor een week. Anna komt ook even langs. Bart maakt een afspraak met Laura om te vragen wanneer ze naar de villa komt. Joost wordt ondertussen beschuldigt van fraude en loopt weg. Hij komt terug met Laura en de groep is weer compleet. Ze horen eindelijk hoe Peter is verongelukt, namelijk door de verkeerde lijm gebruikt te hebben en wat er die dagen ervoor heeft afgespeeld. Laura verteld dingen over Peters zwarte kant die de heren niet kende. Ze legt hun relatie uit en die was dat ze veel met elkaar naar bed gingen. Ze vertelt over de film “The Night Porter’’ die ze naspeelden. Joost en Bart krijgen ruzie en Joost loopt weg, maar komt terug voor de tocht. De tocht gaat goed en behalve David haalt iedereen de top fietsend. De vriendschap blijkt ineens weer hecht zoals dertig jaar geleden. Ze rijden met zijn zessen naar de plek waar Peter gestorven is. In het restaurant onder aan de Ventoux, neemt Laura een blinde man mee. Dit is de zoon van Laura en Peter en daarom vertrok Laura dertig jaar geleden. De mannen starten in Zutphen een café en Bart schrijft zijn eerste boek.

Het verleden
In 1982 was bij de vrienden ook het idee opgekomen om  te gaan fietsen in Frankrijk. Bart en Joost gaan fietsen en trainen. Peter fietst ook maar traint niet. Ze oefenen onderweg op alle bergen die ze tegenkomen. In Frankrijk komen ze de rest van de vriendenclub tegen. Bart en Laura hebben seks en Peter komt om het leven op de Ventoux tijdens de afdaling. Laura vertrekt direct naar Italië.

Verwachtingen
Ik was verplicht van de leraar dit boek te lezen.
Mijn verwachtingen waren laag, ik weet niks van sport en ben niet geïnteresseerd in wielrennen

Motieven en Thema
Thema
(Oude) vriendschappen

Motieven
Liefde
Laura werd door ieder uit de vriendengroep aanbeden

Sport
Heel vaak worden termen uit de wielersport gebruikt

Tijd
De vrienden herbezoeken hun verleden, als het ware.

Dood
Peter gaat dood.

Beoordeling
Schrijfstijl
Ventoux is heel simpel geschreven, zonder puzzelen of moeilijke woorden.
De enige moeilijke woorden die er in zitten, zijn uit de wielrensport.

"Verkeerde verzet ook," zei Joost. "Ik had achter een 30 of 32 nodig, ik moet het van mijn souplesse hebben" 

p 110

Perspectief
Het perspectief is het ik-perspectief vanuit Bart Hoffman, de hoofdpersoon.
Dit voegt weinig toe, omdat er meerdere personen zijn.

In één scène voegt dit wél wat toe, de beklimming van de Galibier.
Hier krijgt Bart hallucinaties van de ijle lucht.

"Een stem zei dat ik niet mocht stoppen, omdat ik dan zou worden beboet.
Ik zag Joost bij me wegrijden, hij draaide zich eenmaal om en grijnsde.
Ik schrok van zijn verwrongen gezicht. Zijn lange benen waren van porselein. Ik keek naar rechts en zag in de diepte een huis liggen, het leek meer een paleis. Er stroomde een rivier langs"
-p 96

Tijd
In Ventoux zijn er twee verschillende tijden, een met een 18-jarige Bart en een met een 50-jarige Bart.
Deze tijden wisselen in het begin per hoofdstuk, waardoor je snel moet schakelen.

Zo eindigt hoofdstuk 13 met Peters dood:

"Ongeveer vier maanden na Peters dood verscheen een nieuwe bundel, hij had na zijn debuut hard doorgewerkt.
Ik las hem door, de meeste van zijn gedichten kende ik al omdat hij ze ons had voorgelezen.
Ik hoopte dat door een wonderlijke speling van het lot ook "Mont Ventoux" zijn plaatsje zou hebben gevonden, maar dat was niet zo- dat gedicht rustte ergens op de flanken van de berg"

-p 124

En begint hoofdstuk 14 zo:

"Ik had Anna gebeld dat ik haar wilde spreken."

-p 125

Doordat hoofdstuk 13 zich volledig afspeelt in het verleden, moest ik schakelen en nadenken wie Anna ook alweer was.

Eindoordeel
Ik vond het boek voor het grootste gedeelte saai, aangezien de hele plottwist samengevat kan worden met dit citaat:

"Het was alsof Peter zich opeens realiseerde hoe onze verhouding in elkaar zat.
Dat hij met me kon doen wat hij wilde. Dat ik de gevangenschap bij mijn ouders overleefde dankzij hem. Dat ik mezelf toch al helemaal ondergeschikt had gemaakt. Dat wond hem op."

 Voor de rest is Laura alleen maar een plot device voor namaakjaloezie en verandert er niks wezenlijks tussen de soapserie door.

Het boek draait verder slechts om een zielige dood, wat ik een slechte manier vind om drama in een boek te verwerken.

Ik geef dit boek een 5

zaterdag 21 november 2015

Boekverslag Hersenschimmen

Titel: Hersenschimmen
Auteur J. Bernlef
Uitgever: Wolters-Noordhoff, Groningen in 1984
Pagina's 146
Genre: Psychologische Roman

Samenvatting:.

Maarten en Vera Klein wonen al jaren gelukkig in Gloucester, Massachusetts (Verenigde Staten). Langzaam maar zeker begint Maarten heden en verleden door elkaar te halen. Het begin heel klein, op het moment dat hij niet meer weet welke dag het is en op een zondag wacht tot de schoolbus langs zal komen of als hij steeds vaker in gedachten verzonken is. Langzaam maar zeker kan hij zich dingen niet meer herinneren en als hij zich iets herinnert, gaat hij volledig in die herinnering op. Zo denkt hij op een dag dat hij weer op de kleuterschool is en van de juf de potlodendoos mag halen. Hij loopt de gang door naar het materiaalhok en klimt op een stoel om de doos te gaan zoeken. Dan staat Vera plots achter hem en haalt hem uit de droom. Hij blijkt op de keukenstoel in hun washok te staan. Later geeft hij hele rare antwoorden op vragen, omdat hij net ergens anders met z’n gedachten was. Als Vera hem een keer vraagt wat hij zo lang in de keuken deed, antwoordt hij bijvoorbeeld vangstquota. Uiteindelijk gaat dit nog een stapje verder en breekt hij in bij een vakantiehuisje waar vroeger de vergaderingen van zijn bedrijf waren omdat hij denkt dat hij te laat op zijn vergadering komt. Ook vergeet hij dat mensen en dieren dood zijn en vraagt dus steeds naar hen als anderen langskomen. Een keer begint hij plotseling naar de snoepreepjes die zijn oma altijd voor hem achter in de buffetkast verstopte te zoeken.
Vera wordt steeds ongeruster en als Maarten weg begint te lopen van huis laat ze uiteindelijk een meisje, Phil Taylor, in huis wonen die op Maarten kan passen als zij weg is. Maarten vergeet echter steeds wie ze is. Eerst ziet hij haar aan voor een vriendin van zijn dochter, dan voor zijn vroegere pianojuf en uiteindelijk voor zijn dochter. Ook van Vera vergeet hij soms wie ze is.

In het boek wordt ook de moeilijker wordende relatie tussen Vera en Maarten weergegeven. Een eerste beschrijving die Maarten van haar geeft is nog heel scherp, bij kennis. Meer op het einde heeft hij het echter over een oude vrouw, die er een beetje verfomfaaid uitziet met haar vochtig neerhangende slappe bruine krullen en haar gerimpelde hals (p. 134). Later herkent hij haar niet meer op foto’s en uiteindelijk weet hij helemaal niet meer wie ze is.

In het laatste deel van het boek weet Maarten zelf niet meer wie hij is. Eerst heeft hij het nog over “mijn spullen”, “ik kan ..” etc. Maar naarmate hij verder aftakelt begint hij in derde persoon over zichzelf te praten, om het uiteindelijk alleen nog maar over ‘het’ te hebben. Tegelijk met deze verandering in benoeming van zichzelf, trekt hij zich steeds meer in zijn hoofd terug. Hij communiceert bijna niet meer met de buitenwereld, maar denkt in onsamenhangende zinnen en fragmenten aan wat er om hem heen gebeurt. Een van de redenen hiervoor is dat hij ook steeds meer moeite met het Engels begint te hebben, en soms even de taal niet meer lijkt te verstaan. Op het laatst zijn Maartens gedachten zo onsamenhangend en fragmentarisch dat er bijna niet meer duidelijk is wat er nou met hem gebeurt. Wel weet hij op zijn sterfbed weer even wat er om hem heen gebeurt en zoekt en vindt hij Vera’s hand, al weet hij haar naam niet meer.

Verwachtingen
Ik kwam op het idee om dit boek te lezen door iemand anders die vertelde het ook te gaan lezen.
Ze vertelde over het thema van het boek en dat sprak me aan.
Ik verwachtte een boek waarbij je veel na moest denken en twijfelen aan de voorgeschotelde informatie.

Motief en thema

Motieven
De winter/sneeuw/De lente
Het boek begint met de zin:
"Misschien komt het door de sneeuw dat ik me 's morgens al zo moe voel."

en eindigt met de zin:
"... Het bos in de lente die bijna beginnen.. zegt ze... fluistert ze... de lente die op het punt staat te beginnen"

Daarnaast haalt Maarten meerdere keren de winter al aan als reden voor zijn vergeetachtigheid en is er een passage waarin Maarten het strand niet meer herkent omdat er sneeuw op het pad ligt.
Hiermee is de sneeuw een directe verwijzing naar Maarten zijn dementie.

Our Man in Havana
Één van de vele voorwerpen die die Maarten niet herkent en vergeet.

Foto's, Fotoalbum
Dr. Eardly adviseert om als remedie naar een fotoalbum te kijken.
Maarten en Vera kijken daarna meermalen naar hun fotoalbum, en Maarten vergelijkt uiteindelijk zijn geheugen met een foto waar je niet bij was toen hij gemaakt was.

Enfin
Maarten gebruikte het woord vooral op zijn werk, volgens hem.
Vervolgens komt het woord steeds vaker terug.

Mozarts Veertiende Pianosonate

Thema
Omgaan met dementie

Beoordeling

Schrijfstijl
In Hersenschimmen kijk je mee door de ogen van Maarten en het boek gebruikt ook het vocabulaire van Maarten, dat erg verandert.

In het begin gebruikt Maarten nog volzinnen.
"Misschien komt het door de sneeuw dat ik me 's morgens al zo moe voel." P.1

Later verandert deze in kortere zinnen "Ik wil denken, in korte heldere zinnen" -p 80 en op het eind van het boek denkt hij slechts in woorden.

"... Het bos in de lente die bijna beginnen.. zegt ze... fluistert ze... de lente die op het punt staat te beginnen" -p 146

Vertelperspectief
Doordat het vertelperspectief bij Maarten ligt, heb je te maken met een onbetrouwbare verteller en moet je dus bij Maarten zijn gedachten bedenken of deze realistisch zijn of niet.
Als je hierbij geen intensieve leeshouding aanneemt (vragen stellen, wat heb ik gelezen?) is de kans groot dat je door Maarten zijn ogen meekijkt en daardoor dezelfde waanbeelden gaat hebben als Maarten.

Situaties
In Hersenschimmen zijn er twee soorten situaties.
Situaties gevormd door de gedachten van Maarten (en dus niet echt gebeuren of gebeurd zijn) en situaties die wel echt gebeuren.

Het is aan de lezer om deze te onderscheiden.

Eindoordeel
Hersenschimmen is een prachtig boek dat je vaak op je verkeerde been zal zetten als je te snel gaat.
Omdat de valse informatie gemixt wordt met echte informatie dwingt het boek je om in het juiste tempo te lezen, want één zin kan het verschil zijn tussen een gedachte en een werkelijkheid

Zo is het precies wat ik verwacht had

"Dat tegelwerk had indertijd beter gekund. Moet je dat cement tussen de voegen voelen bobbelen. Nog steeds ben ik links, maar op de bewaarschool mag dat niet, linkshandig knippen.
De strookjes worden lelijk, ongelijk van breedte en lengte.
De juf buigt zich naar me over.
Haar donkere krullende haar schuift even kriebelend langs mijn wang.
Ga jij de potlodendoos maar even halen, Maarten, zegt ze zacht en ze veegt mijn mislukte vlechtwerkje van tafel." P 12

De herhaling maakt het boek ook een beetje geestig.
Zo vergeet Maarten steeds dat Phil, de hulp, in het huis woont en verwart haar steeds met iemand anders.
Dit tafereel speelt zich in het laatste deel van het boek continu af, steeds met nieuwe wendingen.

" Ik heb boven een kamer voor je in orde gemaakt', zegt ze tegen het meisje, dat dus zeker blijft logeren.
Misschien is het een vriendin van Kitty die onverwachts is langsgekomen in de veronderstelling dat Kitty wel thuis zou zijn" p 105

Bronnen
http://www.scholieren.com/boek/38/hersenschimmen/zekerwetengoed

zaterdag 31 oktober 2015

Boekverslag Joe Speedboot

Auteur: Tommy Wieringa
Titel: Joe Speedboot
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 2006
Druk: 2005
Aantal pagina's: 316

Genre: Avonturenroman

Samenvatting:
Fransje Hermans (14) is ontwaakt uit een coma van 220 dagen. Hij kan nu alleen zijn rechterarm nog bewegen, verder is hij verlamd en hij kan nauwelijks praten. Hij leest veel in het boek van Musashi, hierin stond dat je jezelf kan afschermen door een ‘steen’ van jezelf te maken. Fransje probeerde dit en werd overreden door een grasmaaier, daardoor raakte hij in coma. Een tijdje na het ontwaken uit de coma, komt Joe Speedboot in Lomark (Fransjes woonplaats) wonen. Joe Speedboot is niet zijn echte naam. Zijn achternaam is Ratzinger, maar er is niemand die zijn echte voornaam weet. Op school raakt Fransje bevriend met Engel Eleveld, Christof Maandag en later ook met Joe.
Op zijn vijftiende gaat Fransje in het tuinhuis achter zijn huis wonen. Hier schrijft hij elke dag op wat er allemaal gebeurd is en wie hij allemaal gezien heeft. Hij heeft tientallen dagboeken. Na een tijdje komt ook PJ (Picolien Jane) in Lomark wonen. Ze komt uit Zuid-Afrika, alle jongens zijn verliefd op haar, ook Fransje. Joe, Christof en Engel willen een vliegtuig gaan bouwen, omdat ze weten dat PJ’s moeder naakt rondloopt in haar tuin. Met een vliegtuig overvliegen is volgens hen de enige manier om haar te zien. Na een lange tijd lukt het om het vliegtuig te laten vliegen. Fransje gaat ook een keer mee en vindt het aan de ene kant beangstigend, maar aan de andere kant geweldig.
Toen Joe in Lomark kwam wonen, was zijn vader net overleden. Zijn moeder, Regina, is op vakantie geweest en heeft een man ontmoet: Mahfouz Husseini (bijnaam: Papa Afrika). Ze trouwt met deze man en is weer helemaal gelukkig. Mahfouz bouwt een feloek. Hij gaat hier na een lange tijd mee het water op, maar komt nooit meer terug. Regina is helemaal overstuur. 
Nadat Fransje geslaagd is voor zijn schoolexamens, willen zijn ouders dat hij brikettenperser wordt bij hun bedrijfje, dat doet hij. Al Fransjes vrienden zijn ook geslaagd, deze gaan allemaal op kamers in een andere stad. Een paar maanden later komt Joe weer terug, de opleiding was niks voor hem. Hij had een tijdje bij PJ gewoond in Amsterdam. PJ heeft een vriend, een schrijver genaamd Arthur Metz. 
Joe heeft altijd rare ideeën, deze keer komt hij met het idee dat Fransje armworstelaar kan worden. Fransje heeft namelijk een hele sterke rechterarm, doordat hij daar alles mee doet. Eerst wil Fransje dat niet. Later gaan Joe en hij samen iets halen bij de sloperij van Fransjes ouders. Daar ziet Fransje dat er nog helemaal geen briketten zijn verkocht, daar heeft zijn vader dus altijd over gelogen. 

Omdat Fransje nu geen briketten meer wil persen, besluit hij tóch armworstelaar te worden en begint hij hard te trainen. Zijn eerste wedstrijd op een toernooi wint hij, in de finale wordt hij tweede. Bij het volgende toernooi, in Rostock, (waar Fransje wint) is PJ mee. Er is iets mis tussen haar en Arthur, hij slaat haar vaak. Als ze ‘s avonds in een hotel overnachten, gaat Joe nog iets halen bij PJ. Hij blijft daar de hele nacht, de volgende ochtend is ze zijn vriendin. 
Als ze weer thuis komen, is Engel overleden, doordat er een hond op zijn hoofd viel van de negende verdieping. De ex van PJ heeft een boek geschreven, dat duidelijk over haar gaat. Uit dat boek blijkt dat PJ boulimia had, toen ze nog in Zuid-Afrika woonde en dat ze tijdens hun relatie vaak vreemdging. 
PJ gaat weer mee naar het volgende armworsteltoernooi in Poznan. Daar breekt Fransje zijn arm in een wedstrijd. Als PJ en Fransje hun paspoorten op gaan halen, komen ze erachter dat Joe’s echte naam Achiel Stephaan is. Ze vinden het niet gek dat hij dit altijd verborgen heeft gehouden. 
Joe heeft een oude shovel verbouwd en gaat nu meedoen aan de Paris-Dakar. Hij is elke dag te zien op tv. In de tijd dat Joe weg is, mag PJ alle dagboeken van Fransje lezen en gaat ze vreemd met hem. 

Verwachtingen:
Ik ben dit boek gaan lezen, omdat het fragment dat ik las voor de opdracht literaire analyse mij meteen greep.
Het idee om een vliegtuig te bouwen om zo avonturen te beleven leek voor mij een goed plot om de bovenbouw mee te beginnen en zo de overstap tussen de boeken van de Schippers van de Kameleon en literaire romans zo klein mogelijk te houden.
Daarnaast klonk hetgeen wat in het fragment stond heel absurd en daar houd ik van, want dan kun je het plot moeilijk voorspellen, waardoor het boek fris blijft.

Ik verwachtte van Joe Speedboot een absurd verhaal vol met jongensdromen.

Motieven
Begeerte
Jaloezie
Aanbidding
Avontuur
Driehoeksverhouding
Volwassenwording 

Thema
Levensveranderende vriendschappen

Beoordeling
Schrijfstijl
De schrijfstijl is een heel prettige combinatie van dialoog en beschrijving.
Het merendeel is beschrijving, maar dat is nooit langdradig en leidt je heel soepel tussen nieuwe beetjes info door.
Het lezen door de ogen van een nuchtere jongen uit een boerengat werkt heel prettig, en Joe Speedboot kan hierdoor zelfs de meest filosofische dingen makkelijk brengen.
Ook de situatie in het dorp wordt hiermee droog gebracht.

Het filosofische deel wordt benadrukt doordat Joe Speedboot (de persoon) over het algemeen een simpele jongen is, wat het nog bijzonderder maakt als hij een groots en allesomvattend verhaal.
Het contrast tussen de jongen die "Hoer van de eeuw" op een spandoek laat drukken en een levensfilosofie heeft gebaseerd op beweging is groot.

"Nog een ding Fransje, Energie waar niets mee gebeurt, die niet wordt bewerkt, vervalt tot warmte.
Warmte is de laagte vorm van energie.
Dan komt bewegingsenergie zoals van de motor, en dan elektriciteit of eventueel atoomenergie. (...)

Mensen zijn het grootste deel van hun leven op zoek naar warmte"

-p 250

Inhoud
Vertelperspectief:
Het vertelperspectief ligt bij Fransje, waardoor je nooit meekijkt in het hoofd van de hoofdpersoon Joe Speedboot.
Dit maakt hem nog mysterieuzer en is het de taak aan de lezer om informatie te vergaren over de hoofdpersoon, uit het perspectief van zijn vriend, die hem aanbidt.

Tijd
Tussen de vertelde tijd en de verteltijd zit een groot verschil.
Ik heb het boek in vijf uur tijd uitgelezen terwijl de vertelde tijd van de derde klas tot ver in het beroepsleven reikt.
Dit maakt dat Joe Speedboot het volwassen worden uitermate goed kan beschrijven.

Eindoordeel
Joe Speedboot is alles wat ik verwacht had en vele malen meer.
Los van de simpele jongensdromen die Joe en Fransje in de derde klas beleefde vertelt het boek ook over liefde, vriendschap en de groei van een jongen naar een man.

Dit boek laat je verwachten dat dit boek over armworstelen en vliegtuigen bouwen gaat, voordat het toeslaat met een passage over hevige anorexia, die de simpele en knappe jongensdroom die PJ heet, verandert in een volwassen femme fatale.
De ogenschijnlijke veranderingen tussen leeftijd maakt dit boek een genot om te lezen.

"De bijzonderheid van Tessel was dat ze een in tweeën geknipte levensloop had:
één deel waarin ze dik en ongelukkig was (...), en een ander deel waarin ze werd begeerd.
In zichzelf roeide ze iedere herinnering aan dat vroegere personage uit. (...)
Aan de buitenkant was hiervan niks te merken, men zag een intelligent, bovengemiddeld geestig meisje, dat plezierig in de omgang was.

-p 270

Ik geef de roman een 10

Bronnen
http://www.scholieren.com/boekverslag/59076

zondag 6 september 2015

Leesautobiografie 4A

Hallo!

Ik ben Frank van Andel en in dit blog beschrijf ik mijn ervaringen met lezen.

In mijn kindertijd werd vaak voorgelezen uit boeken, vooral uit boeken van Dagmar Stam, Annie M.G Schmidt en de reeks "Ik ben Bas".
Ik kan me geen van die boeken herinneren, dus ik kan er ook geen mening over vellen.

De liedjes die ik luisterde waren vooral CDs van Elly en Rikkert, Herman Boon en Studio 100 series als Piet Piraat en Big en Betsy.
Ik luisterde deze vooral omdat het grappige liedjes waren.

Toen ging ik naar de basisschool
Qua voorlezen kan ik me niet veel herinneren, en van de boeken die ik nog kan herinneren weet ik de titel niet.

Wat ik zelf las was vrij veel.
Voor Sinterklaas kreeg ik van mijn grootouders een boek genaamd "Overleven in de wildernis"
Dit ging over een Amerikaanse jongen, die geloof ik Brian heette, die strandde op een onbewoond eiland/gebied met niks meer dan zijn zakmes.

Het boek was eigenlijk voor 9-13 jarigen, zelf las ik het boek rond mijn zevende.

De rest van de serie heb ik zelf van de bibliotheek geleend om verder te lezen, en zaten vol interessante twists.

Het mysterie en de ongewone locatie (tegenover de boeken die ik al gelezen had) spraken mij vooral aan.

Op de basisschool zelf las ik (ook in groep 4) het boek Lotje.
Veel weet ik er niet meer van, maar ik weet nog dat het over een dierentuin ging.

Ik heb rond groep 6 de serie "Dolfie en Wolfie" gelezen.
De serie gaat over Andy en zijn hond Wolfie, die samen met een vriendin (wiens naam me ontschoten is) en haar dolfijn Dolfie mysteries oplossen.

En met mysteries oplossen bedoel ik dat ze maffia-achtige milieuvervuilers oprollen.
Nu had ik me waarschijnlijk geërgerd aan de groengezinde (of blauw, aangezien het over zeevervuilers gaat) hoofdpersonen, maar vooral het mysterie sprak me toen erg aan.
Je kon zelf als Sherlock de daders proberen te vinden, met ieder nieuw hoofdstuk een nieuwe hint.

Dat detectiveboeken het enige was wat ik las wordt wel bevestigd door de andere serie die ik las, Koos en het Detectivebureau.
Men neme een probleem met tussen boeken varierende, maar verassend grote diepgang, een aantal verdachte en een knullige Sherlock-fanaat die zichzelf en zijn idool veel te serieus neemt en gooit ze in een kinderboek.

Prachtig.

De rest van de boeken die ik las, o.a Schippers van de Kameleon, waren leuk om dezelfde redenen genoemd.

We gaan door naar de brugklas waar ik voor een boekenbeurt een boek moet lezen (verrassend toch?)  en ik kies voor "De Alchemist" 

De combinatie van historie en humor spreken me meteen aan, iedere pagina kwam je verschillende personages tegen, van Jean D'Arc tot Mars, die elk op hun eigen humoristische manier afwijken van hun traditionele persoonlijkheid.

De nadruk ligt vanaf dat moment vooral op fantasy en absurditeit, wat bevestigd wordt door de boekenserie die ik in de derde klas las: Het Transgalactisch Liftershandboek

Wat ik niet graag lees zijn voorspelbare boeken.

Opzich lees ik graag, maar heb ik nooit zin om ermee te beginnen.
Ik moet dan eerst een goed boek vinden en erin komen.
Dan lees ik het in een adem uit en moet ik weer een boek vinden, erin komen et cetera.

Dit is ook de reden dat ik sinds het lezen van het tweede deel van Het Transgalactisch Liftershandboek niet meer gelezen heb.

Mijn leessmaak is dus ook weinig veranderd.

Ik zou in de bovenbouw graag weer detectiveboeken willen lezen, maar wel met een humoristisch, fantasy of absurd randje.
Dit weerhoudt het boek ervan om te zwaar te worden en dat het zich serieus gaat nemen.

Ik hou er niet van dat een boek zich serieus gaat nemen, of dat boeken lezen "serious business" wordt. 
Dat je je steeds moet afvragen wat de diepere laag is, of dat je er zeker van moet zijn of je je wel identificeerd met het personage.
En je boeken vooral moet zien als een religie dat je brengt naar andere werelden met adolescente onderwerp en het verboden is een boek te lezen dat soms grappig is.

Dus dat zou betekenen dat ik leesniveau 2 heb.

Maar aan de andere kant vindt ik het fijn als een boek algemene kennis vergt en referenties maakt naar cultuur of historie.
Ook vindt ik voorspelbaarheid een doodzonde in boeken, wat weer strookt met dit gedeelte uit Leesniveau 4:

  • het verhaalverloop en het gedrag van personages zijn minder goed voorspelbaar

Ik denk dat het aannemelijk is dat ik Leesniveau 3 heb, hoewel ik nog geen behoefte heb aan extra betekenislagen, is een ander deel van de wereld (of een nieuwe wereld) ontdekken en daarover nadenken iets wat zeker past bij mij.

Ik zie er niet tegenop om te gaan lezen, mits ik boeken lees die mijn ietwat specifieke leessmaak kunnen bevredigen.